Kies je groenten

De basis

Zonder sla heb je geen salade. Maar behalve die klassieke groene kropsla is er tegenwoordig een enorm en gevarieerd aanbod: ijsbergsla, krulsla, Romeinse sla, eikenbladsla, rucola, jonge spinazie, veldsla, tuinkers, andijvie... De smaken verschillen enorm, van zacht tot uitgesproken, van lichtjes bitter tot ronduit pikant.

Kies voor origineel

Om je salades een originele, speelse toets te geven, kun je ze simpelweg op verschillende manieren versnijden. Dat kan in heel veel vormen: rondjes, staafjes, julienne (dunne staafjes van 1 mm), brunoise (blokjes van 2 mm), schuin, als carpaccio, tagliatelle, balletjes...

Fruit, niet te vergeten!

Voor extra vitamines kun je ook denken aan perziken, granaatappelpitten, rood fruit, vijgen, meloen, watermeloen, ananas...

Voeg wat kleur toe

Een perfecte salade is niet alleen gezond maar ook zeer gevarieerd. Kies dus ook groenten met kleur, zo krijg je ook een waaier aan vitamines en andere voedingsstoffen binnen. Elk kleurpigment brengt namelijk zijn eigen welbepaalde voedingseigenschappen mee. Dus hoe meer kleur, hoe voedzamer de salade, en hoe aantrekkelijker.

Rauw of gaar?

Sommige groenten bevatten meer voedingsstoffen als ze bereid zijn (kort gestoomd of geblancheerd), andere blijven bij voorkeur rauw. Zo hebben tomaten na bereiding een hoger gehalte aan lycopeen. De carotenoìˆden in wortelen worden na het koken beter opgenomen door ons organisme. Ook spinazie en champignons zijn gekookt of gebakken voedzamer. Bij de groenten die je beter rauw eet, zijn verrassend ook broccoli en knoflook.