FRIS

Frisse roséwijnen worden gewoonlijk gedronken in hun eerste of tweede jaar en hebben een lekkere zuurtegraad. Daarna proef je subtiele aroma’s van frisse witte en gele bloemen, vaak samen met aroma’s van vers fruit, geurige kruiden, haast niet gemalen specerijen en groene noten. Ze zijn niet bitter en bevatten geen tannine: dit zijn bij uitstek frisse ‘plezierwijntjes’.
 

Belangrijkste cépages :

  • Pinot Noir    
  • Grenache Noir     
  • Cinsault   
  • Syrah    
  • Mourvèdre

FRUITIG

In dit type roséwijnen zijn de aroma’s van fruit wat nadrukkelijker aanwezig, maar ze blijven licht. De smaken die je meteen kunt proeven, zijn: aardbei, rode bes, framboos, perzik, pompelmoes. Daarna volgt een lichte smaak van gedroogde rozenblaadjes en gedroogd fruit. Als deze wijn wat gelegen heeft, proef je er zelfs smaken uit onze kindertijd in: gestoofd fruit of zelfgemaakte confituur.

Belangrijkste cépages :

  • Pinot Noir    
  • Grenache Noir     
  • Cinsault     
  • Syrah     
  • Mourvèdre